Journalist, copywriter of moralist?

Gepubliceerd online: 24 oktober 2017

Sleutelwoorden: architectuur, neoliberalisme, journalistiek | Leestijd: 5min.

Ik luister en kijk naar een interview met Rem Koolhaas door Charlie Rose. (Rose, 2016) Rem Koolhaas is de journalist die architect is geworden, en met succes. De wereld verandert en zijn architectuur verandert met hem mee. Daarom vind ik zijn gebouwen van de afgelopen 20 jaar maar matig interessant.

COPYWRITER

Bij Charlie Rose stelt hij zich op als een copywriter van zijn eigen werk. Ik bedoel dat hij verslaggever is van eigen projecten. Een goed schrijver schrijft om zich te laten kennen. (Hermans, 2016, 53) Een copywriter is geen goed schrijver want mikt op pretenties: een copywriter moet advertenties verkopen. Meer specifiek bij Koolhaas: Koolhaas adverteert zijn metropolitane architectuur - naar de naam van zijn bureau OMA - Office for Metropolitan Architecture. En het lukt, Charlie Rose heeft hem maar al te graag als gast en zijn OMA is groter dan ooit.

JOURNALIST

Koolhaas is een goed copywriter, eerder vonden mislukte projecten publiciteit in boeken als S,M,L,XL en Delirious New York. Wie schrijft die blijft, zoveel is duidelijk. Elk script dat zich afspeelt in zijn architectuur eindigt met: ze leven nog lang en gelukkig... (Koolhaas, 1995, 175) Een slecht journalist interesseert zich voor triviale zaken.

CARPETBAGGER

In Delirious New York drijft Koolhaas de spot met collega architect Le Corbusier "... shading the areas where he felt his books [i.e. his wares] would sell." (Koolhaas, 1994, 261) Hij veroordeelt de Fransman tot een ordinaire carpetbagger: een opportunist in de 19e eeuw die naar het Zuiden trekt om te profiteren van de economische en politieke situatie. Le Corbusier heeft geen succes met zijn plan Radiant City. Sinds de publicatie van Delirious New York (1978) en met name S,M,L,XL (1995) sleept Koolhaas eveneens - en dus niet zonder hypocrisie - ongegeneerd met zijn boeken [i.e. the wares of OMA] van metropolis naar metropolis.

MORALIST

Uiteindelijk is Koolhaas de architect van luxe, extravagantie en decadentie. Publiek is bij Koolhaas privaat geworden. Zijn interesse voor het alledaagse leven - dat heeft hij gezien bij de Russen van de jaren 20 - lijkt op een oprecht gevoel voor betrokkenheid en engagement. Hij weet wat goed is voor de mensen als de wereld aan het veranderen is, hij esthetiseert immers de maakbaarheid.

GOUD

Wij Hollanders - als Koolhaas - zien de wereld als maakbaar. Wij Hollanders zijn er beroemd mee geworden: denk aan onze molens, polders, droogmakerijen en Deltawerken. De Hollanders maakten van zee land en dit harde werken bracht ons de Gouden Eeuw. Zo maakt Koolhaas ook het liefst alles van goud; zie het ontwerp voor Fondazione Prada in Milaan. Prada heeft het beste met de wereld voor, dat moge duidelijk zijn. De monnik Koolhaas is in feite Paus.

CHANGE IS GOOD

Wat Koolhaas precies wil beweren met zijn stellingen in boeken is overduidelijk. In de voetsporen van Le Corbusier is zijn taal religieus. Om een voorbeeld te noemen: "Density in isolation is the ideal." (Koolhaas, 1995, 1253) Ik stel mij wolkenkrabbers voor die in afzondering naar de hemel reiken als torens van Babel, "en laten wij ons een naam maken". (Genesis 11:4) Dat Koolhaas graag hervormt staat vast: "De essentie van moderniteit is verandering (...)" (Hulsman, 2017, 313) Koolhaas treedt op als profeet van het neoliberalisme: change is good! (Hoor ik een echo van Gordon Gekko? Greed is good!)

Koolhaas is met zijn publiciteit een cheerleader van neoliberaal Nederland. (Hulsman, 2017, 317) Hij doet alsof hij weet hoe de toekomst van de wereld eruit ziet met invloedrijke lezingen, interviews en gebouwen. Dat hij zijn carrière kon starten met overheidsopdrachten, toen de Socialisten meetelden, zullen we maar vergeten.

Ooit werkte Koolhaas als freelancer voor de Haagse Post en interviewde Willem Frederik Hermans. "Ik ben heel zielig," luidt de titel. (Koolhaas, 1966)

EEN BETER LEVEN MET OMA

Zo is zijn boek Delirious New York een viering van verdichting eigen aan de Amerikaanse Dollar. Door het raster van Manhattan op te vatten als een strenge vorm met grote flexibiliteit wordt volgens Koolhaas' schrijven de creatieve potentie van de stedelijke potpourri zichtbaar. Ordinair idealisme van verstedelijking en verdichting met het oog op financieel rendement wordt zodoende bij Koolhaas omgedoopt tot een elite-cultuur van het vormgeven.

Echt vervelend wordt het als Koolhaas Dubai tot de hoop van de Arabische moderniteit verklaart en de bouw van het CCTV in Beijing verdedigt door te stellen dat zijn gebouw politieke hervormingen kan bespoedigen. China en de Verenigde Arabische Emiraten zijn allesbehalve politieke democratieen. Deze opmerking valt daarom in de categorie: baat het niet, dan schaadt het niet. Dit lijkt afgunstig, maar geen haar op mijn hoofd die met Koolhaas wil ruilen.

En Koolhaas hekelt moralisme tegen zijn architectuur: "Ik ben juist heel kritisch. Maar als ik schrijf dat de marktwerking in de architectuur heeft gezorgd voor een kolossale hoeveelheid junkspace zet ik er niet bij dat dat verschrikkelijk is." (Hulsman, 2017, 317) Wat Koolhaas hier zegt, is moraliserend: het is junkspace oftewel rotzooi. Dus als hij iets doet is het geen rotzooi? Kortom, in feite zegt hij met pretentie: "Marktwerking is voor mij een zegen."

CCTV

Het ontwerp voor het hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie CCTV door Koolhaas is een sculptuur zonder meer. Het gebouw is een reuzenbeeld met een reuzengat: een utilitaire vorm die kunstzinnig wordt gemaakt.

Is het gebouw in kwestie eigendom van de staat, dan heeft de vorm van het gebouw onvermijdelijk de functie van propaganda. Dit is een beperkt probleem als die staat een democratie is en de eigenaar het volk zelf is. Kunstzinnigheid in dienst van een dictatuur - een staat geregeerd door iemand die anderen graag vertelt wat goed voor hun is - dat vindt de boer, soldaat of fabrieksarbeider wellicht fantastisch, maar een architect zou beter moeten weten.

BRONNEN:

Hermans, W.F. (2016). Mandarijnen op zwavelzuur. Amsterdam: De Bezige Bij.

Hulsman, B. (2017). Apenrotsen en andere nauwe verwanten. Amsterdam: Nieuw Amsterdam.

Koolhaas, R. (1966, 12 maart). Ik ben heel zielig. De Haagse Post, 80–82. Geraadpleegd op 10 maart 2019, van http://www.willemfrederikhermans.nl/tekst/herm014faja01_01/herm014faja01_01_0008.htm

Koolhaas, R. (1994). Delirious New York. Rotterdam: 010 Publishers.

Koolhaas, R. & Mau, B. (1995). S,M,L,XL. Rotterdam: 010 Publishers.

Rose, C. (2016, 31 augustus). Architect Rem Koolhaas [Video]. Geraadpleegd op 24 oktober 2017, van https://www.bloomberg.com/news/videos/2016-08-31/architect-rem-koolhaas-charlie-rose