Wie is de mol?

Gepubliceerd online: 20 november 2017

ln een blog (Teerds, 2016) op de website van De Architect stuitte ik op de titel van een tentoonstelling in de jaren 60: 'Architectuur zonder architecten'. Het thema zou juist vandaag de dag een buitengewoon interessante tentoonstelling kunnen opleveren: want welke architectuur komt tot stand zonder inbreng van architecten en is wel architectuur?

ONDER ARCHITECTUUR

Stel je voor: je ontwerpt als niet-architect een huis en laat dit bouwen. Wat maakt dat het architectuur kan zijn? En stel dat er wel een architect heeft meegewerkt aan het plan, is het dan per definitie architectuur? De makelaar noemt maar al te graag in de brochure: onder architectuur gebouwd. Maar wat zegt dit? De makelaar is geen autoriteit op dit gebied. Er is geen keurmerk. We moeten het maar geloven, dat als een architect medewerking heeft verleend, het resultaat architectuur mag heten.

KUNSTENAAR

Zo kreeg ik onlangs de vraag van een aannemer: "Wat doe jij eigenlijk?" Je zou denken dat hij vanuit zijn professie dat wel wist. Ik vroeg hem daarom of hij wilde proberen deze vraag zelf te beantwoorden. "Een architect maakt mooie plaatjes," antwoordde hij. "Hoe gaat dat in zijn werk dan?" vroeg ik hem vervolgens. "Want ik kan toch niet zomaar een mooi plaatje tekenen?" Hij dacht van wel. Volgens hem was een architect vergelijkbaar met een kunstenaar.

ZELFREDZAAMHEID

Architecten maken mooie plaatjes en kosten geld. Ik heb jarenlang campagne gevoerd tegen deze stelling, in de hoop mensen te overtuigen dat architecten geld op kunnen leveren doordat ze vooruit denken, fouten op korte en lange termijn kunnen voorkomen en oog hebben voor een solidair belang. Het heeft niet geholpen. "Architecten worden steeds vaker gezien als drammerige mensen die niet luisteren en je iets aanpraten wat je niet wil. Architecten wordt een moreel esthetische superioriteit ten opzichte van de klant verweten." (Verweij 2014, 5) Gevolg is dat de mensen gaan zelf aan de slag gaan met de architectuur. Zo is architectuur is een kwestie van zelfredzaamheid geworden. Een stelling die prachtig past bij de politieke mode van de participatiesamenleving: als het een rommeltje wordt is het uw eigen schuld. (Thomas, 2017, 18) Ik vind dit korte termijn politiek met gebrek aan solidariteit. Maar ja, wie ben ik om dat te vinden?

MOOI!

Wie internet volgt, de tijdschriften, de sociale media, kan zonder veel moeite zien dat smaken verschillen en dat de architectuur, net als de mode, meebeweegt in de stroom van media met als onderwerp dat het architectuur zou kunnen zijn. Het is vragen om aandacht als een klein kind en ik hoor nu tegenstanders denken: "Maar dat is nu precies die arrogante houding. Architecten claimen alleenrecht over smaak en wat mooi is. Het enige wat ze doen met hun titel is gevestigde belangen handhaven. In het bouwproces zijn ze overbodig: ik weet heel goed wat ik mooi vind.“

MINDER DESIGN IS MEER

En het klopt, want de verzorgingsstaat is niet meer; de overheidsopdrachten liggen niet meer voor het oprapen. Prijsvragen bieden geen soelaas: de kansen zijn gering, de beloningen te laag. Aannemers en ontwikkelaar trekken het werk naar zich toe: denk aan vergunningen, prijsvorming, technische uitwerking en toezicht. Zelfs voor het maken van de mooie plaatjes voor de folder en publiciteit wordt de architect niet meer gevraagd. Wat overblijft is een plattegrond en gevel met de prestige dat een architect met titel zijn medewerking heeft verleend.

MEER DESIGN IS MEER

"Fabrikanten (en impliciet overheden, HS) moeten concurreren op prijs, kwaliteit en service (...) dit leidt tot innovatie en betere producten," stelt de Eurocommissaris van Mededinging Margrethe Vestager naar aanleiding van het debacle '5-er-Kreis' (Ammelrooy, 2017). Dit blinde geloof van de Europese politiek in de heilzame werking van de markt deel ik niet. De infrastructuur - opgebouwd na de oorlog - waarin architecten als ingenieurs een centrale rol speelden, is sinds de Europese mode van overheidsprivatisering structureel uitgehold. De ironie is dat het aantal afgestudeerde ontwerpers nog elk jaar groeit. (Verweij, 2014, 6) En als het even kan zit in de naam van de opleiding de naam ontwerper of design verwerkt. Want bij het publiek, bedrijven en overheden blijft het vertrouwen groeien dat design en innovatie de sleutels zijn naar een andere economie. Dit vind ik een vreemde paradox.

MERK

Het geloof in de toverkunsten van de ontwerpers wordt door de markt en overheid schaamteloos geïnstitutionaliseerd. En het is de markt die voorziet in visuele verleiding door reclames en advertenties die uiteindelijk leiden tot overconsumptie. In de woorden van socioloog Zygmunt Bauman (geparafraseerd door Martijn Stronks): innoveren betekent producten maken voor een behoefte die nog niet bestaat. Het gaat in de consumentenmarkt niet om een duurzame relatie met het product maar met het merk. (Stronks, 2017, 17)

WIE IS DE MOL?

Open je ogen! Maar ik realiseer mij dat als een mol zijn ogen opent, hij ziet dat het donker is. Dit negativisme lijkt creatief steriel. Maar let op: wie bang is voor het donker, wordt ten onrechte ziek verklaard. Het is heel normaal om in het donker bang te zijn: het hoort bij het leven. De mensen die weigeren hun ogen open te doen laten zich door de markt (en door overheid die de markt de hand boven de hoofd houdt) betuttelen. De kunstenaar moet dromen, maar het gaat in feite om het gehoorzamen van de markt. Ik lees in de brochure Nederlandwordtanders - in het leven geroepen door toenmalige Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol: "Nederland wordt anders, leer je diepste verlangens kennen, te volgen en te realiseren." (Frieling, 2014, 18). Of in de bijlage What Design Can Do: "Crisis heeft een heilzame werking, nieuwe consumptie patronen en nieuwe aannames over 'eigenaarschap' zullen ook nu de vastgoedwereld, voedsel- en auto-industrie blijvend veranderen." (Van der Laken, 2014, 7) In Nederland heeft de vormgever de functie van toverfee als schoothondje van de markt: producten maken voor een behoefte die nog niet bestaat.

ARCHITECTUUR ZONDER ARCHITECTEN

"Visuele kwaliteit is veel belangrijker geworden dan de specificaties,“ merkt designcriticus Lucas Verweij op. (Verweij, 2014, 5) De verwachting dat design en technologie ons gaat redden is veel te hoog. Alles is design geworden en zo is consumptie een geneesmiddel tegen de angst en onzekerheid van ons bestaan. Problemen lossen we op door meer te consumeren, zonder ons zorgen te maken over de mogelijke gevolgen. We geloven in vooruitgang, dus ook dat de gevolgen van onze consumptie opgelost kunnen worden. Want wie verleidt draagt bij aan ontwikkeling van arbeid en kapitaal: deze ontwikkeling is meetbaar. Zo wordt architectuur tot verleiden gereduceerd, tot slaaf van het kapitaal. Dan kan alles zonder twijfel architectuur zijn: architectuur zonder architecten.

BRONNEN:

Ammelrooy, P. (2017, 22 juli). Der Spiegel: Duitse automakers vormen al meer dan twintig jaar kartel. De Volkskrant. Geraadpleegd op 20 november 2017, van http://www.volkskrant.nl/economie/der-spiegel-duitse-automakers-vormen-al-meer-dan-twintig-jaar-kartel~a4507732/

Frieling, G. (2014, 6 november). Slave City. De Groene Amsterdammer, 2014 (Nederlandwordtanders), 18.

Stronks, M. (2017, 18 mei). Vluchtige macht en logge verliezers. De Groene Amsterdammer, 2017 (20), 14-17.

Teerds, H. (2016, 5 februari). Wat architecten in participatie te bieden hebben [Blogpost De Architect]. Geraadpleegd op 8 november 2017, van http://www.dearchitect.nl/business/blog/2016/2/wat-architecten-in-participatie-te-bieden-hebben-101105085

Thomas, C. (2017, 26 november). Heeft u daar wel recht op? De Groene Amsterdammer, 2017 (43), 18-21.

Van der Laken, R. (2014, 24 april). The times are a-changin'. De Groene Amsterdammer, 138 (What Design Can Do), 6-7.

Verweij, L. (2014, 24 april). Krukjes maken van de oceaan. De Groene Amsterdammer, 138 (What Design Can Do), 4-6.