Snuffel Classicisme of De Analoge Stad

Gepubliceerd online: 27 september 2017

Ik snuffel weleens in een antiquariaat naar vergeten boeken die de moeite van het lezen waard zijn. Zo viel mij oog op een dikke uitgave door uitgeverij Sdu getiteld 'New Classicism' uit 1990. (Rossi, 1990) Het boek is een rijke verzameling artikelen, lezingen en illustraties over Classicisme in de architectuur dat startte met de Biënnale van Venetië in 1980. Met Classicisme wordt een verband verondersteld met klassieke architectuur. Klassieke architectuur herkennen we aan versieringen, verhoudingen en gebouwvormen die lang geleden gebruikt werden door de Grieken en Italianen.

DE ANALOGE STAD

Dit snuffelen leidde mij tot 'De Analoge Stad': een term van Aldo Rossi dat het begrip Classicisme met veel gemak overstijgt. Want het boek 'New Classicism' is - zoals de scherpzinnige lezer zal begrijpen - een verzameling promotiepraatjes voor architectuur uit de jaren 80. Deze verzameling praatjes zet zich qua stijl af tegen de na-oorlogse bouwproductie, die losjes was geïnspireerd op de stijl van Le Corbusier, Mies van der Rohe, Walter Gropius etc. Je kunt je afvragen of Aldo Rossi wel past in deze bloemlezing van architecten: zijn schrijven is fijngevoelig en overstijgt ordinair verwijzen naar klassieke architectuur. Wellicht is de onbedoelde fragmentatie die hierdoor ontstaat juist goed in het daglicht van Rossi's tekst. De analoge stad gaat over analogieën. Ik citeer Rossi, die op zijn beurt de wereldberoemde psychoanalist Carl Jung citeert: "Analogical thought is sensed yet unreal, imagined yet silent; it is not a discourse but rather a meditation on themes of the past, an interior monologue." Ik interpreteer dit als volgt: analoog denken is denken door creatief gevoelens, herinneringen en gedachten te verzamelen, niet als wetenschap maar als persoonlijk verhaal. Aldo Rossi brengt analoog denken in verband met de stad omdat de stad een onderwerp is waar hij met autoriteit over geschreven heeft.

DIGITAAL IN DE MODE EN ANALOOG NIET

Het is natuurlijk aardig om over analoog denken te beginnen als de mode dicteert digitaal bezig te zijn. De gebouwde stad verliest letterlijk zijn (analoge) massa doordat er grote leegstand is en mensen massaal op internet shoppen (=digitaal). Een tweede analogie (!) is de ontwikkeling van digitale muziekproductie. EDM (Electronic Dance Music) was nog niet eerder zo populair. Deze muziek wordt letterlijk 'in the box', dat wil zeggen in de computer gemaakt en gemixt. Met muzikanten, of een analoog muziekinstrument heeft het niets te maken. Laat staan met de natuurlijke akoestiek van een piano, viool, gitaar, muziekzaal, kerk of theater. Vergelijk dit met de groef van een plaat: de groef is de trilling en is letterlijk het geluid. De plaat is fysiek. Digitaal is materieloos: het laat geen sporen na. Digitaal is wel of niet een stroompje: 1 of 0, binair als zwart en wit. Iedereen is er druk mee, want er wordt veel geld mee verdiend. Maar geld is ook gewichtloos geworden: contactloos betalen. Met architectuur heeft dit alles niets te maken: een huis bouw je van steen, net als een grafzerk. Daarom een vurig pleidooi voor 'De Analoge Stad' in een wereld waarin digitaal overheerst.

BRON:

Rossi, A. (1990). An Analogical Architecture. In H. Watson, & A. Papadakis (Reds.), New Classicism (pp. 132-135). The Hague: Sdu Publishers.