Noem mij maar postmodern

Gepubliceerd online: 23 maart 2018

Het is in de mode, of zal ik zeggen populair, om postmodernisme de schuld te geven. Wat is dat eigenlijk postmodernisme? En waarom is het postmodernisme een zondebok voor politici en populisten?

POSTMODERN

De term postmodern is geĆÆntroduceerd door Franse filosoof Jean-Francois Lyotard. Hij schreef in 1979 een publicatie met de titel "La condition postmoderne - rapport sur le savoir". "Het onderwerp van deze studie is de staat waarin het weten verkeert in de hoogst ontwikkelde samenlevingen. (...) Het verwijst naar de toestand waarin de cultuur verkeert na de veranderingen die zich vanaf het einde van de negentiende eeuw in de spelregels van de wetenschap, literatuur en de kunsten hebben voorgedaan. (Lyotard, 1996, 25) Het gaat Lyotard om een beschrijving van de toestand waarin de Westerse cultuur verkeert: deze toestand bestempelt hij als postmodern.

EEN TITEL VOOR MEER

De titel "La condition postmoderne" werd gretig opgepikt om het werk van een nieuwe categorie filosofen, kunstenaars, schrijvers en architecten te beschrijven en analyseren. Tevens werd het verbonden met een culturele ontwikkeling: het postmodernisme als reactie op het modernisme. Dit maakt de discussie en begripsbepaling uiterst ingewikkeld.

WORTEL VAN HET KWAAD

Nu lees ik dat er een groeiende stroom mensen is in Nederland die het postmodernisme aanwijst als ideologische wortel van het kwaad. (Overwijk & Van Veldhuizen, 2018, 36) De politieke stromingen communisme en marxisme worden door deze mensen expliciet in verband gebracht met het postmodernisme. Het postmodernisme wordt zodoende gepresenteerd als een vermomming van een oud politiek kwaad in een nieuw jasje: alsof opnieuw de vrijheid en emancipatie van het individu op het spel staat. Grondig verzet is volgens deze mensen noodzakelijk. Links activisme heeft in het verleden geleid tot gruwelijke slachtpartijen. Deze linkse vijand heeft een nieuwe naam en die naam is postmodern.

IN ERE HERSTELD

De invalshoek van Lyotard is filosofisch: er is sprake van legitimeringscrisis in het Westerse denken. De samenleving valt uiteen in een veelvoud aan waarheidscriteria. Geen enkel criteria is daarin beslissend voor het maken van een keuze. Verbinden we deze stelling met de politiek dan wordt dit dilemma opgelost door een meerderheid van stemmen. In de politiek wordt voorondersteld dat de belangen van individu en collectief solidair worden gediend door de keuze die door meerderheid van stemmen wordt gemaakt.

Maar dit onderliggende idee is op zichzelf al problematisch en zo is de cirkel rond. We begrijpen nu: de waarheid is absurd. Hiermee komen we in het domein van de Franse filosoof en schrijver Albert Camus: "Seeking what is true is not seeking what is desirable." (Camus, 1986, 43) Je kunt verlangen naar solidariteit, maar de democratie waarborgt dit niet. De politieke werkelijkheid is absurd en dit verklaart ons ongenoegen. Tegen dit ongenoegen, of noem het in de context van een gebrekkige waarheid, onzekerheid of ongeloof, komt een aantal mensen in verzet: de (politieke) waarheid moet in ere worden hersteld.

MEER IS MEER!

Wat hier dus in feite wordt gezegd als reactie op het kwaad van de postmodernen: een meerderheid van stemmen heeft gelijk. Dit is de waarheid! Maar wat hier gebeurt is heel kinderachtig. Om een concreet voorbeeld te geven: een groep kinderen pest een individu. Het waarom is niet duidelijk: misschien heeft hij puistjes, een hazenlip of is hij/zij transgender. Dit pesten lijkt gerechtvaardigd door het gedrag van de groep: de meeste stemmen gelden. Maar dit individu wordt daarom buitengesloten en heeft geen recht van spreken. Hij staat alleen. Zo wordt democratie terreur, de groep weet zogenaamd wat waar is en vergeet het belang van het individu.

NOEM MIJ MAAR POSTMODERNIST

Van individuele vrijheid en het respecteren van verscheidenheid is in dit voorbeeld helemaal geen sprake. De stem van de meerderheid is zeker niet zonder meer waar: noem mij maar postmodern. Dit is postmodernisme in weinig woorden gevat.

Onze beschaving is niet volmaakt en met dit ongemak verliezen we een stukje van onze trots. "However well justified and realistic may be our attempts to improve on specific flaws of the present-day solutions, 'perhaps we may also familiarize ourselves with the idea that there are difficulties attaching to the nature of civilization which will not yield to any attempt at reform'. (Bauman, 1997, 2)

We zien dat de trend van individualisering, dwz. een zoeken naar individueel geluk, leidt tot een gebrek aan individuele zekerheid. "The discontents of postmodernity arise from a kind of freedom of pleasure-seeking which tolerates too little individual security." (Bauman, 1997, 3) Uit oogpunt van zelfbehoud en deregulering worden (politieke) keuzes gerechtvaardigd alsof er zoiets bestaat als "de wetten van de markt" naar analogie van "de wetten van de natuur". Ik deel dit perspectief niet. Want iedereen die geen bijdrage levert aan deze marktwerking wordt impliciet weggezet als nutteloos en overbodig. De grote groep regeert en die stelt dat de markt bepaalt, maar de markt wordt bepaald door goudzoekers: mensen met veel geld die alleen investeren op basis van financiƫle groei. De ironie is dat deze goudzoekersmarkt floreert op onzekerheid. En die onzekerheid is precies de toestand die Lyotard filosofisch probeerde te duiden.

BRONNEN:

Bauman, Z. (1997). Postmodernity and its discontents. Cambridge: Polity Press.

Camus, A. (1986). The myth of Sisyphus. Harmondsworth: Penquin Books Ltd.

Lyotard, F. J. (1996). Het postmoderne weten (C. Janssen en D. Veerman vert.). Kampen: Kok Agora.

Overwijk, J., & Van Veldhuizen, A. (2018, 25 januari). Houden ijskristallen van Haydn? De Groene Amsterdammer, 2018 (4), 36-39.