Democratie in het tijdperk van mobiele technologie

Gepubliceerd online: 28 september 2017

"Maar waar moet ik over schrijven meneer?" vroeg de student.

Ik schoof met enig ongeduld in mijn stoel en antwoordde: "Schijf een essay over een openbare plek. Een plek in het landschap, daarmee bedoel ik stedelijk landschap, want al het landschap is tegenwoordig stedelijk landschap door de invloed van de mens. Een plek die je interessant of inspirerend vindt... een plek waarover je meer zou willen weten... waar je nieuwsgierig naar bent. Onderzoek die plek op basis van gelaagdheid, dat wil zeggen: veronderstel dat de plek een verband heeft met de geschiedenis van de bevolking.

Er is geen landschap of geen plek in de wereld zonder zichtbare sporen van menselijke aanwezigheid. Een landschap is daarom een gelaagd landschap. Het landschap herbergt een opeenstapeling van culturele elementen uit allerlei tijden. Nieuwe lagen worden steeds weer over oude lagen toegevoegd. Het is aan ons om aan te tonen dat het ruimtelijk zichtbaar maken van deze gelaagdheid van betekenis is. We gaan, met andere woorden, op excursie en jij bent de reisleider. We willen weten wat je van het landschap vindt en of je de lagen in het landschap kunt ontrafelen. Zodra je meerdere lagen kunt beschrijven en in verband kunnen brengen met culturele diversiteit noemen we deze openbare plek een publiek domein."

De student bleef stil. Ik twijfelde of hij begreep wat ik allemaal had gezegd. Ik wilde hem helpen en hem het belang van het thema leren begrijpen. Maar ik wist niet goed hoe ik tot hem door kon dringen, hoe ik een generieke schrijfopdracht om vaardigheden te ontwikkelen tot een persoonlijke uitdaging kon maken.

Ik probeerde de opdracht dichterbij hemzelf te brengen: "Wat komt als eerste in je gedachte op? Wat vind je een mooie of bijzondere plek waar je meer over zou willen weten? Waar ga je vaak naartoe en vind je een fijne plek om te zijn? Een plek in de stad, een plein, een park?"

Ik kreeg nog steeds geen reactie.

"Ik laat je rustig nadenken en ik kom straks bij je terug."

BLAUWE LETTERS

's Ochtends op de heenreis had ik in de trein De Groene Amsterdammer zitten te lezen. Achterin stond in blauwe letters een aankondiging van een prijsvraag voor het schrijven van een essay. Ik bracht deze blauwe letters direct in verband met Het Blauwe Licht: een televisieprogramma uit de tijd dat ik studeerde.

Ik zag de heren Anil Ramdas en Stephan Sanders om een tafel zitten met vier verzonken monitors en vurig, op basis van actuele televisiebeelden, commentaar geven: "De snijtafel" avant la lettre (zie de website van de VPRO, of zoek op YouTube). Hier werd een massamedium intellectueel gefileerd. Dit was meta-tv of met andere woorden: televisie maken over televisie maken.
De blauwe letters hadden een verband met mijn uitleg aan de student over publiek domein en het schrijven van een essay: een tekst met een analytisch beschrijving van een plek in het stedelijke landschap over culturele identiteit en openbaarheid. Publiek domein was voor mijn specialiteit geworden door de diverse publicaties die verband hadden met interpretatie en vormgeving van openbare ruimte en stedelijke landschappen.

PUBLIEK DOMEIN

Het Hollandse landschap raasde voorbij terwijl ik vrij associeerde over een de mogelijkheden van een essay. Veronderstel dat publiek domein een verband heeft met culturele identiteit en democratie: is een ruimtelijk verband tussen landschap, culturele identiteit en democratie aannemelijk te maken? Ten eerste zou ik een heldere definitie van publiek domein moeten geven. Ten tweede zou ik moeten uitleggen hoe dit begrip ruimtelijk is op te vatten en als zodanig een verband kan hebben met de geschiedenis van een plek en haar bewoners.

MOBIELE TECHNOLOGIE

Na een korte pauze kwam ik terug bij de student. Hij zat ineengedoken achter zijn smartphone alsof het idee voor zijn essay per Whatsapp op het beeld zou kunnen verschijnen. Deze telefoon lijkt op prothese, dacht ik bij mijzelf, het is een verlengstuk van zijn bestaan.

Ik bracht deze gedachte in verband met het hoofdwerk van Duitse filosoof Peter Sloterdijk: De Kritiek van de Cynische Rede. Je zou dit boek, dat een filosofische studie is naar het klassieke begrip cynisme, als opvolger kunnen zien van de drie hoofdwerken door filosoof Immanuel Kant, gepubliceerd aan het einde van zeventiende eeuw. Na de studie van Immanuel Kant over de natuurwetenschap, de ethiek en het subjectieve beoordelingsvermogen, betreden wij met Peter Sloterdijk het vierde rijk van de techniek. Het is het rijk van de uitvindingen en prothesen, zo leert Sloterdijks filosofie van de oordeelsvorming. Dit vierde rijk van uitvindingen en prothesen is onafscheidelijk verbonden met ons lichaam en naakte waarheden. Sloterdijk concludeert trefzeker: het meest destructieve van deze uitvindingen is dat mensen denken geheel prothese te zijn.

Ik was daarom nieuwsgierig naar dat apparaat in de hand van de student. Maar was het een aanknopingspunt voor mijn uitleg over publiek domein? Toen ik studeerde, volgde ik de ontwikkelingen van de techniek op de voet. Maar dit was niet-alledaagse techniek als onderdeel van mijn vak. Deze techniek was relevant voor mijn ontwikkeling van vakkennis en vaardigheden. Nu zie ik hypermoderne apparaten met zeer laagdrempelige software die door de goegemeente als een vanzelfsprekende eigendom wordt beschouwd. Deze techniek heeft een heel sterkte invloed op onze culturele identiteit en het alledaagse openbare leven. Ik vond deze gedachte een mooi aanknopingspunt voor een vervolg van mijn gesprek met de student. Ik wees naar zijn telefoon en probeerde de draad van mijn uitleg op te pakken.

EEN ZWARTE LEI

"Met de moderne telefoon leren we de wereld zien als een zwarte lei," legde ik de student uit. "Als met een spons swipen we over het digitale oppervlak met de schijn van een geheugen. We vegen beelden langs onze ogen en wissen de sporen als met een spons. De spons gaat met gemak alweer over een nieuwe impressie heen. Niets is daarmee nog blijvend en of iets een leugen is, valt nauwelijks vast te stellen. Onze geest is daarmee leeg als van een kind: de geschiedenis krijgt geen kans om in het collectieve geheugen van de mensen door te dringen. De ene gebeurtenis wordt verdrongen door de volgende gebeurtenis met de simpele beweging van je hand.

Zo is het traditionele zappen voor de televisie in het private domein met het swipen een universeel gebaar geworden in het publieke domein. Met andere woorden: door de introductie van mobiele technologie is het publieke domein contactloos geworden. De ironische consequentie van deze stelling is dat de openbare ruimte geen publiek domein meer is."

De student vond de stelling interessant, maar ik moest het ruimtelijke verband tussen zijn telefoon en publieke domein nader verklaren.

OPENBAARHEID

"Ik breng mijn stelling in verband met de filosofie van de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt. Haar filosofie van de openbaarheid, dat zij in haar boek The Human Condition ter sprake brengt, sluit aan op de problematiek van publiek domein. Hannah Arendt was een de eersten die openbaarheid in filosofische zin aan de orde bracht. Ze verbindt openbaarheid met spreken en handelen. Volgens Arendt is spreken de enige menselijke activiteit die zich rechtstreeks tussen mensen volstrekt, zonder tussenkomst van apparaten of objecten. En zonder tussenkomst van andere mensen heeft het spreken geen betekenis, tenzij het opgetekend wordt. Spreken veronderstelt gemeenschappelijkheid, bijvoorbeeld in de zin van taal, schrift, cultuur en landschap, en is daarom een voorwaarde voor een publiek leven.

We geven hier een ruimtelijke dimensie aan openbaarheid. Dat wil zeggen: dat we ten gunste van een betekenisvol publiek spreken veronderstellen dat er een fysieke noodzaak is voor ontmoeting, confrontatie en uitwisseling tussen mensen. Zonder deze fysieke interactie kunnen we niet met zekerheid zeggen of wat we doen ook betekenis heeft.

Zodra in de openbare ruimte deze fysiek interactie zichtbaar en herkenbaar is, draagt deze ruimte bij aan een proces van democratisering. Deze ruimte noemen wij een publiek domein. In deze zin is de Hannah Arendts filosofie over de openbaarheid nuttig voor de vormgeving van openbare ruimte. Een publiek domein is een openbare plek in het stedelijke landschap waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Deze openbare plek levert een positieve bijdrage aan de persoonlijke vrijheid en gelijkheid voor iedereen.

Betrekken we publiek domein op het landschap dan zien we dat door de eeuwen sporen van democratisering zichtbaar zijn geworden door revoluties, politieke en economische ontwikkelingen. De geschiedenis van democratisering - de wijze waarop het volk invloed heeft uitgeoefend op de regering - is als zodanig ruimtelijk zichtbaar en herkenbaar in het landschap. De inrichting van het landschap herinnert de bewoners aan de gemeenschappelijkheid van waarden en is een uitdrukking een streven naar persoonlijke vrijheid en gelijkheid voor iedereen. Anders gezegd: met publieke domein verbinden we het filosofische begrip openbaarheid met een ruimtelijk aspect, met de zichtbaarheid van culturele gelaagdheid en diversiteit in het landschap.

CONTACTLOOS BETEKENT GEEN PUBLIEK DOMEIN

Ik kom terug op mijn stelling dat de openbare ruimte door het gebruik van smartphones geen publiek domein meer is. Het gebruik van de mobiele telefoon ondermijnt een fysieke uitdrukking van democratisering in de openbare ruimte. Men sluit zich af van de omgeving en de invloed van anderen want de fysieke uitdrukking van contact, ontmoeting, persoonlijke confrontatie en uitwisseling wordt afgeschermd. Een ruimtelijk fysiek component verdwijnt hiermee uit het sociale contact.

Een voorbeeld zijn de sociale media: een schijnbaar collectief medium voor iedereen toegankelijk op zijn mobiele telefoon. Omdat het gebruik van sociale media veelal gratis is, zien de meeste gebruikers over het hoofd dat dit een privaat domein is zonder een algemeen belang. Sociale media hebben één doel: winstmaximalisatie binnen de grenzen van de wet door verkoop van informatie. De gebruiker accepteert dit onder het mom van gebruiksgemak en betaalt indirect: ten eerste door privé gegevens en gebruikersgegevens prijs te geven, ten tweede doordat er geen publieke verantwoording wordt afgelegd. Met deze informatie wordt vervolgens wel door deze gebruiker een oordeel gegeven over de realiteit waarin hij leeft, bijvoorbeeld door zijn stemgedrag. Bijgevolg is dit op zijn minst zorgwekkend voor het behoud van onze democratie. Het is daarom een grote fout dat de overheid niet een publiek sociaal medium ontwikkeld zoals we dat kennen op televisie middels de publieke oproep."

"Wat publiek is, is dus niet met zekerheid een publiek domein," vulde de student aan. "De wijze waarop de plek een uitdrukking is van collectieve waarden als persoonlijke vrijheid en gelijkheid bepaalt of we een plek een publiek domein noemen. Sociale media ondermijnen dit principe van publiek domein, want de mensen sluiten zich af van hun omgeving. Daarom is uw stelling: het publieke domein is contactloos geworden."

Ik wreef demonstratief langs mijn voorhoofd om het denkbeeldige zweet weg te vegen als uitdrukking van onze geestelijk arbeid. Op zijn gezicht verscheen prompt een glimlach. Voor de zekerheid merkte ik op, dat niet de bedoeling was over de smartphone te gaan schrijven. De telefoon was bedoeld als voorbeeld om een verband te leggen tussen publiek domein en zijn eigen belevingswereld.

Op de terugweg naar huis realiseerde ik mij dat het ruimtelijke component in mijn uitleg beperkt was gebleven, aangezien het aanknopingspunt zijn telefoon was geweest. Ik vond het niet zo erg, want het gesprek had tot nieuwe inzichten geleid. Ik maakte daarom enkele notities over publiek domein in relatie tot journalistiek.

DE COMMENTATOR DAT BEN IK

De journalistiek heeft met de moderne telefonie een nieuw status bereikt. De smartphone is in lijn met Sloterdijk een fysiek geworden filosofie van het vierde rijk. We zijn met deze moderne telefoon onze eigen televisiemaker geworden, onze eigen commentator. We geven zin aan ons bestaan door commentaar te geven: Like! We geven zin aan ons bestaan door te oordelen: Friend! En oordelen door te delen: Share! We geven zin aan ons bestaan door ons aan te sluiten: Subscribe! Maar tijdens dit proces van sociale interactie vergeten we de kloof tussen beeld en de werkelijkheid ter discussie te stellen. Sterker nog: we laten ons vrijwillig manipuleren ten gunste van gebruiksgemak en lage kosten.

SMART IS EEN KUDDEDIER

Wat voor de één waardevol is, wordt door de ander met veel gemak van zijn beeldscherm geveegd. De geschiedenis krijgt met deze moderne techniek geen kans om in het collectieve geheugen van de mensen door te dringen. Door gebrek aan ervaring bij de mensen - in feite een gebrek aan historische kennis - wordt daarom door deze techniek uiterst geraffineerd culturele differentiatie en persoonlijke vrijheid vereenvoudigd tot een leugen. Sterker uitgedrukt: we leren vergeten wat het betekent om in een democratie te leven waarin persoonlijke vrijheid en gelijkheid voorop staat. De uitvinding is hierbij de (politieke) list die verleidt tot zelfvertrouwen van de groep. Listige politici, aandeelhouders en journalisten die ons leren hoe de ervaring kan worden uitgewist. Kort gezegd: politici, aandeelhouders en journalisten behandelen de smartphone gebruiker als een kuddedier.

HET BLAUWE LICHT

In dit tijdperk waarin niets meer eenvoudig is, zelfs de domheid niet, blijkt maar al te zeer hoe de mensen bedrogen willen worden. Het massamedium is geen representatie van de werkelijkheid: het is een geraffineerde vereenvoudiging. We staan dit toe door ons massaal achter een beeldscherm te verschuilen als vervanging van de ontmoeting, persoonlijke confrontatie en uitwisseling tussen mensen. We sluiten vreemde elementen hiermee buiten en worden bevestigd in ons eigen wereldbeeld. Een televisieprogramma als Het Blauwe Licht ging hier op eigenzinnige wijze tegenin door de kloof tussen beeld en werkelijkheid ter discussie te stellen. Dat is de waarde van journalistiek, die hiermee een bijdrage levert aan ontwikkeling van een democratie die streeft naar persoonlijke vrijheid en gelijkheid voor allen.

MEN IN DARK TIMES

Ruimtelijk denken is politiek denken, stelde Hannah Arendt in haar boek Men in Dark Times. Ik zie een trend in twee-dimensionale richting. De werkelijkheid wordt gereduceerd tot beeld, met als meest gruwelijke consequentie, een gedegradeerde democratie die we comfortabel accepteren met de smartphone in de hand. Aandacht voor het publieke domein waarborgt in ruimtelijke zin dat we ons herinneren wat het betekent om in een democratie te leven: een democratie is een streven naar persoonlijke vrijheid en gelijkheid voor allen. Fysiek kunnen we deze visie verankeren door in het landschap gemeenschappelijke waarden en culturele diversiteit zichtbaar te maken en tot uitdrukking te laten komen. Deze visie kunnen we geestelijk verankeren door de opvoeding en de ontwikkeling van onze kinderen als individualisten. Dit betekent onderwijs in een gezond wantrouwen tegenover het gebruik van grote begrippen als vaderland, ideologie, eer, familie, geloof, ras, roem en rijkdom. Alleen zo wordt het gevaar van de kwaadaardige list, die verleidt tot het zelfvertrouwen van een onervaren groep mensen ten koste van de democratie, tot een minimum beperkt.

BRONNEN:

Arendt. H. (1968). Men in Dark Times. New York: Harcourt Brace & Company.

Arendt, H. (1994). Vita activa [The Human Condition] (C. Houwaard, vert.). Amsterdam: Uitgeverij Boom.

Sloterdijk, P. (1992). Kritiek van de cynische rede (T. Davids, vert.). Amsterdam: De Arbeiderspers.