De spiegels van Tivoli Vredenburg

Gepubliceerd online: 6 september 2018

Een culturele kennis van mij was zo vriendelijk een persoonlijke rondleiding te geven in het muziekpaleis TivoliVredenburg. Mijn geheugen laat mij in de steek. Maar ik meen dat ik jaren geleden - toen ik nog niet in Utrecht woonde - door Hoog Catharijne ben gelopen en per ongeluk in de Grote Zaal van het Vredenburg terecht kwam. Deze gebeurtenis toen, maakte grote indruk op mij: architectuur die een muziekgebouw verbindt met een (overdekte) winkelstraat.

Met die herinnering liep ik de nieuwe artiesteningang in, precies op het schakelpunt van de oude Vredenburg en de nieuwe toren van muziekzalen. Het duurde even voordat culturele kennis, zo noem ik hem maar even, tevoorschijn kwam. Ik sprak mij uit over de duur van zijn aankomst. Zijn reactie was glashelder: ''Het is een groot gebouw."

We liepen direct naar de Grote Zaal. Veel hout en mede daarom een prachtige akoestiek. De zaal is intiem ondanks de circa 1700 stoelen. Beelden van de Acropolis en het Colloseum schieten door mijn hoofd. Dit is Hollandse architectuur: kneuterig want laag als een polder en gemaakt van ordinaire betonstenen, tegelijkertijd grandioos door de sterke relatie met de klassieke architectuur.

Culturele kennis moest toegeven dat hij ''weleens de weg kwijt raakt''. Dit bevestigde een symbolisch verband met de bureaucratische polderpolitiek: wie is niet een keer verdwaald in Nederland regelland?

Vijf zalen (Grote Zaal, Ronda, Hertz, Pandora, Cloud Nine), vijf soorten muziek (klassiek, pop, akoestisch, crossover, jazz) en vijf architecten (Hertzberger, Fransen, Coenen, NL, Assenbergs) onder een dak. De TivoliVredenburg is een steen geworden festivalprogramma van vijf.

Deze verzameling identiteiten is een krachtig concept in een tijd van individualisering. Het concept is mede zichtbaar gemaakt doormiddel van materialisering (beton, metaal, hout, stucwerk, staal), kleurgebruik (rood, wit, groen, oranje, blauw) en de vorm van de zalen (bijna-vierkant, half-rond, half-ovaal, hybride, rechthoekig). De overgebleven ruimte tussen de vijf zalen is een ruimtelijke puzzel van ongelukjes bestemd voor bezoekersstromen, tijdelijke presentaties, logistiek voor de artiesten, suppoosten, onderhoud, techniek en horecapersoneel. Dit is in feite zaal zes, maar het worden pleinen genoemd. Een labyrintische spaghetti van trappen, bordessen en roltrappen met prachtige uitzichten op de noord- en zuidzijde van de stad. Deze pleinen vormen nu een bijna vergelijkbaar verlengstuk van de stad, zoals de Grote Zaal in mijn herinnering verbonden was met een (overdekte) winkelstraat.

Ik had graag gezien dat je ergens naar buiten had gekund, want ieder paleis heeft een balkon. De Pandora zaal biedt de mogelijkheid - via een deur die normaal is afgesloten - een blik in de diepte te werpen. De hoogte is duizelingwekkend en bevestigt overmaat: deze hoek levert niet of nauwelijks functionele ruimte op. Ook dit gebouw is niet verschoond van plekken waar de architectuur van het gebouw niet is meer dan een gestold concept. Is dat erg? Ik weet het niet.

Culturele kennis eindigt onze toer bij het begin: de Grote Zaal. Ik bewonder de spiegels aan de wand. Culturele kennis en ik zien elkaars spiegelbeeld alsof we in de kleedkamers staan, maar in de coulissen zijn we niet geweest. Is de TivoliVredenburg een icoon? We herkennen allemaal de ponskaart of noem het vier-op-rij. We herkennen allemaal de verzameling diversiteit onder een dak. Pop boven klassiek, wie had dat gedacht? Toch maakten de spiegels de meeste indruk op mij.

Édouard Manet - Le Bar aux Folies-Bergère (1882)

Édouard Manet - Le Bar aux Folies-Bergère (1882): Herman Hertzberger beweerde in zijn boek ''Lessons for Students in Architecture'' dat de spiegels van het Vredenbrug qua beeldcompositie gelijkenis vertonen met de theaterschilderijen van Manet.

BRON:

Hertzberger, H. (2005). Lessons for Students in Architecture. Rotterdam: 010 Publishers.