Architectuur en de idee van het oneindige

Gepubliceerd online: 27 september 2017

Wat is architectuur is een vraag als wat is filosofie en "iedere filosofie is opzoek naar de waarheid." (Levinas, 1969, 136) Maar iedere filosofie is een egologie; dat wat onbekend is eigen maken. Een agressieve constructie die veel weg heeft van kolonisatie. Kolonisatie is geen oplossing voor het zoeken naar de waarheid. Wat nu?

DRIE STADIA

Er zijn drie belangrijke stadia in de ontwikkeling van de mens. Tijdens het eerste stadium kende de mens zijn eigen spiegelbeeld niet. Alle mensen waren subjectief. Het tweede stadium werd ingeluid door de Griekse God Narcissus. Hij werd verliefd op zijn eigen spiegelbeeld. Voor het eerst ziet het 'ik' zich 'zelf'. Het ik en zelf waren symmetrisch. Als wij liegen, liegt ons spiegelbeeld met ons mee. Het derde stadium begint met de uitvinding van de fotografie. De camera liegt niet, maar zelden voelen wij ons symmetrisch met de afbeelding. We weten dat de camera niet liegt. Het 'ik' en 'zelf' zijn asymmetrisch. Men gaat twijfelen aan zichzelf en de zelfanalyse doet zijn intrede: voer voor psychologen.

HELS DILEMMA

De waarheid wordt twijfelachtig. Met de introductie van de camera zijn we een illusie rijker geworden. De egologie staat op losse schroeven. De Westerse traditie die zijn oorsprong vindt in Griekenland schut heftig op zijn fundamenten. We twijfelen aan alles. In God geloven we niet meer. Wat kan dan nog waarheid zijn? De natuurwetenschappen helpen ons een handje; wat waar is kun je meten. Dit heeft dus niets met taal of filosofie te maken. Wat moet je dan: zijn we veroordeeld om vrij te zijn? Een hels dilemma.

MACHT

Hier begint alle macht; de overgave en in bezit nemen van alle menselijke vrijheid. Alle asymmetrie of verscheidenheid van de wereld wordt opgelost met de identificatie van het ik. 'Ik denk, dus ik ben, godverdomme', roept Descartes luidruchtig in de corridor; de moderne filosoof als een ontdekkingsreiziger die de wereld tot zich neemt. Het is een agressieve en succesvolle strategie. Een verouderd model dat de grondslag vormt voor het Westerse denken; bijgevolg is macht de iconografie van de Westerse architectuur. 'Denken, bouwen, wonen', zou Heidegger krachtig hebben samengevat.

WARE ARCHITECTUUR

Westerse architectuur schept behagen in zichzelf. Ze is in Griekenland gebleven - evenals Narcissus - want zwelgt in haar eigen liefde. Waar nu is de camera die instaat is tot een reïncarnatie van een eindeloze coup muitende soldaten? Ter discussie stellen en dus niet het bouwen op vertrouwd landschap. Dat hebben we inmiddels wel gezien. Door een term om te keren introduceren we asymmetrie: bouwen op onvertrouwd landschap. Het onvertrouwde landschap is buiten onszelf. Dit is een ruimtelijke relatie met datgene wat ik zelf niet kan omvatten. Met de introductie van de idee van het oneindige in de architectuur introduceren we de camera, de onbekende voor het individu. De idee van het oneindige treedt altijd buiten de architectuur en is niet herleidbaar. Deze ervaring van het uitwendige is een ervaring van buitenuit. De geometrie van de autonomie wordt ermee eindeloos doorbroken. Ware architectuur is kwetsbaar, gastvrij en staat buiten ons zelf.

BRON:

Levinas, E. (1969). Het menselijk gelaat (O. de Nobel & A. Peperzak, vert.). Baarn: Ambo.